Decennia lang is de standaardmaatstaf voor de metabolische gezondheid het gewicht geweest, en dan met name het handhaven van een ‘gezonde’ Body Mass Index (BMI). Een grootschalig nieuw beeldvormend onderzoek suggereert echter dat de schaal een slechte indicatie kan zijn van hoe ons lichaam feitelijk veroudert.

Onderzoekers hebben ontdekt dat waar vet wordt opgeslagen en hoeveel spieren we behouden veel kritischere voorspellers zijn van de cognitieve gezondheid dan het totale lichaamsgewicht.

Het onderzoek: vet buiten het oppervlak in kaart brengen

Het onderzoek, gepubliceerd in het tijdschrift Radiology, analyseerde MRI-scans van bijna 26.000 deelnemers via de UK Biobank. In tegenstelling tot traditionele methoden die afhankelijk zijn van de tailleomtrek of BMI, gebruikten onderzoekers geavanceerde beeldvorming om de vetverdeling over acht verschillende lichaamsgebieden in kaart te brengen.

Door gebruik te maken van MRI-technologie kon het team ‘verborgen’ vet identificeren dat onzichtbaar is voor het blote oog, zoals:
Visceraal vet diep in de buik.
Buitenbaarmoederlijk vet rondom vitale organen zoals de alvleesklier.
Intramusculair vet direct ingebed in spierweefsel.

Door middel van statistische analyse identificeerden de onderzoekers zes unieke ‘vetverdelingsprofielen’, waardoor ze specifieke lichaamssamenstellingen konden correleren met de hersenstructuur en cognitieve prestaties.

De twee meest risicovolle profielen

Uit de bevindingen blijkt dat bepaalde vetpatronen aanzienlijk schadelijker zijn voor de hersenen dan andere. Twee specifieke profielen werden gekoppeld aan versnelde neurologische veroudering:

  1. Pancreas-dominant vet: Personen met hoge vetconcentraties rond de pancreas vertoonden het grootste verlies aan grijze stof en veranderingen in witte stof, wat wijst op een snellere hersenveroudering.
  2. Het ‘mager-vet’-profiel: Mensen die een gezond gewicht lijken te hebben, maar over meerdere lichaamsdelen een hoge verhouding tussen vet en spieren bezitten, vertoonden ook een snelle cognitieve achteruitgang.

Waarom dit ertoe doet: Dit onderzoek benadrukt een kritieke tekortkoming in de moderne gezondheidsmonitoring. Iemand kan een ‘normale’ BMI hebben, terwijl hij nog steeds een groot risico loopt op cognitieve achteruitgang als hij onvoldoende spiermassa heeft en een hoog gehalte aan visceraal vet heeft.

De focus verleggen: van gewichtsverlies naar lichaamshercompositie

Deze studie suggereert een fundamentele verandering in de manier waarop we een lang leven moeten benaderen. In plaats van zich strikt te concentreren op caloriebeperking om het gewicht te verlagen, wijzen de gegevens in de richting van lichaamshercompositie : het proces waarbij vet wordt verminderd en tegelijkertijd spieren worden opgebouwd of behouden.

Spier fungeert als meer dan alleen een hulpmiddel voor beweging; het functioneert als een stofwisselingsorgaan dat ontstekingen helpt reguleren en de cognitieve veerkracht ondersteunt. Om de gezondheid van de hersenen te beschermen, impliceert het onderzoek de volgende levensstijlprioriteiten:

  • Geef prioriteit aan weerstandstraining: Minstens twee keer per week aan krachttraining doen is essentieel voor het behoud van het spierweefsel dat de hersenen lijkt te beschermen.
  • Optimaliseer de eiwitinname: Het consumeren van voldoende eiwitten (strevend naar ongeveer 0,7 tot 1 gram per pond lichaamsgewicht) is van vitaal belang voor het onderhoud van de spieren.
  • Focus op samenstelling, niet op gewicht: In plaats van een lager getal op de weegschaal na te streven, moeten individuen streven naar een gezondere spier-vetverhouding. Hulpmiddelen zoals DEXA-scans kunnen een nauwkeuriger beeld van de gezondheid geven dan een standaardweegschaal.

Conclusie

Het verband tussen de lichaamssamenstelling en de gezondheid van de hersenen suggereert dat spieren een essentieel schild zijn tegen cognitieve achteruitgang. Om de hersenfunctie te behouden, moet het doel afstappen van eenvoudig gewichtsverlies en naar het opbouwen van een slank, spierrijk lichaam.